Netcongestie zet logistieke bedrijven klem. Elektrische trucks, een laadplein of een grotere koelcel? Een stroomaansluiting of extra contractvermogen is niet meer vanzelfsprekend. “U komt op de wachtlijst”, is steeds vaker het antwoord van de netbeheerder. Energie-expert Dennis van der Meij licht toe hoe logistieke bedrijven hun kansen kunnen vergroten.
Energieprofiel
“Intussen kunnen logistieke bedrijven een hoop zelf doen”, zegt Dennis van der Meij. “En veel meer en simpeler dan men vaak denkt.” Voor wie Van der Meij nog niet kent: onafhankelijk energie-expert, maar vooral de man die in alledaagse taal uitlegt waarom ondernemers eerst maar eens naar hun ‘energieprofiel’ moeten kijken, voordat ze “Meer stroom!” roepen of lukraak een batterij aanschaffen. Met zijn nuchtere, praktische uitleg krijgt hij zelfs theaterzalen uitverkocht.
“Wie alleen om meer vermogen vraagt, zal inderdaad te horen krijgen dat er geen ruimte meer is”, zegt Van der Meij. “Vraag daarom bij je netbeheerder - Liander, Enexis, Stedin - expliciet naar een overeenkomst op basis van flexibiliteit. Want wie aantoont wanneer hij stroom nodig heeft, waar zijn pieken zitten en of hij daarmee kan schuiven, staat sterker bij een aanvraag. Sinds de nieuwe Codewijziging Congestiemanagement is de beheerder namelijk verplicht om te onderzoeken of er op jouw locatie iets mogelijk is.”
Meten is weten
Voor een individueel bedrijf is de eerste stap dus: meten. Want meten is weten, dat geldt hier ook. Stroom aanvragen zonder onderzoek naar je energieprofiel, is hetzelfde als boodschappen doen zonder te weten wat er nog in de koelkast ligt.
“Ik spreek ondernemers die graag willen elektrificeren. Maar het eerste wat ze dan zeggen is: het kan niet. Maar dat zeggen ze alleen maar, omdat ze denken dat het niet kan.” Volgens Van der Meij moet een bedrijf onderzoeken waarom het denkt er een stroomtekort is. “Het zijn gewoon een paar logische vragen: wat mag ik met mijn contractvermogen? Wat doe ik er eigenlijk mee? Wanneer heb ik pieken? Waar zit dan mijn probleem? Heb ik eigenlijk wel een probleem?”
Wat je zelf kunt doen
Al doende komt een ondernemer er dan achter wat hij zelf al kan doen, ‘achter de meter’. “Denk aan het slim laden van bestelwagens of trucks”, geeft Van der Meij als voorbeeld. “Doe dat niet om vijf uur ‘s middags, maar verdeel het over dag en nacht. Of laad een batterij vol op een zonnige dag, of ‘s nachts, zodat je met die batterij drukke piekmomenten kunt afvlakken.”
Een ander voorbeeld: “Iedereen komt om 9 uur op de zaak. Auto’s aan de laadpaal, de koeling of de verwarming start op. De koffiezetters staan te pruttelen … er is dan elke dag een hoge piek. Maar dat is iets anders dan: m’n aansluiting is te klein. Zo’n bedrijf kan het oplossen door een paar uur eerder, dus voor de piek van 9 uur, al langzaam te beginnen met opwarmen.”
Oma
Maar dat ‘zelf doen’ moet gebaseerd zijn op kennis en ervaring. Alleen dan kun je managen. “Ik denk dan altijd aan onze oma”, zegt Van der Meij. “Zij wist dat je de wasmachine en de centrifuge niet tegelijk aan kon zetten, want dan klapt de zekering eruit. Oma snapte ook alles van het dag- en nachttarief. Oma deed het huishouden dus op basis van kennis. Zij was eigenlijk ons eerste energiemanagementsysteem, en ze maakte gebruik van de toenmalige ‘dynamische’ tarieven.”
We zijn verwend geraakt, volgens Van der Meij. “Maar we gaan weer terug naar oma’s tijd. Eerst nadenken, voordat je een stekker in het stopcontact steekt. Dat is goedkoper. Dus niet meteen aan de bel trekken bij de netbeheerder, of een dure batterij aanschaffen.”
Energieconcurrentie?
Logistieke bedrijven kunnen dus zelf al veel onderzoeken. Zij kunnen daardoor óf beter managen, óf beslagen ten ijs komen bij een aanvraag. Maar de onbedoelde ‘bijvangst’ kan zijn dat bedrijven op een industriepark elkaar met een schuin oog gaan aankijken: “Ik had m’n profiel toch op orde? Waarom staat er dan een busje van de netbeheerder bij dat andere bedrijf daar?”
Congestieverzachters
De netbeheerder beoordeelt individuele aanvragen op basis van objectieve prioriteitscriteria, die opgesteld zijn door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van der Meij: “Wat een netbeheerder wel kan zeggen is dit: als jij je flexibel opstelt, kunnen we sneller kijken wat we voor je kunnen doen.”
Met zo’n flexcontract geeft een bedrijf dan een stukje autonomie uit handen. Dan spreekt het bedrijf met de netbeheerder af dat het op bepaalde momenten minder stroom afneemt of teruglevert, meestal tegen een vergoeding. Of het bedrijf heeft een batterij en is bereid die in te zetten om het lokale congestieprobleem te verzachten. “Ja, dan scoor je hoger op de prioriteitsladder”, zegt Van der Meij. “Congestieverzachters kunnen voorrang krijgen. Maar zelfs dat is nog geen garantie op een aansluiting. Als er in de regio geen capaciteit is, gaat het gewoon niet.”
Samenwerking
“Maar of dat ene bedrijf op het park wel een snelle aansluiting krijgt, en of die ene ondernemer zijn trucks wél kan laden, en de andere ondernemer niet, is vanuit de netbeheerder bezien een optelsom van alle bedrijfsprofielen op dat park”, legt Van der Meij uit. “Want een koelhuis draait continu, een fulfilmentbedrijf piekt rond cut-off tijden en een transporteur wil laden tussen aankomst en vertrek. Al die bedrijven hebben recht op hun gecontracteerde vermogen, en een nieuwe of zwaardere aansluiting elders mag die bestaande overeenkomsten natuurlijk niet in de weg zitten.”
In een eerdere LinkedIn-bijdrage over bedrijventerreinen schreef Van der Meij dat ondernemers daarom vaker ‘over de schutting’ moeten kijken, naar de buurman. “Samenwerking is geen nice to have meer, maar bittere noodzaak.” Het park als geheel staat namelijk sterker als de bedrijven gezamenlijk optreden. “Maar daarvoor is nodig dat die bedrijven zich bloot geven. Dat ze informatie met elkaar delen. Alleen door die stap te nemen, kunnen ze elkaar helpen. Want vaak heeft iedereen op een ander moment stroom nodig.”
Energiehub
Samenwerking vereist regie. “Die mag desnoods van drie of vier ondernemers komen, van voortrekkers. Want iemand moet het organiseren”, zegt Van der Meij.
De overheid stimuleert die samenwerking. Via energiehubs bijvoorbeeld. De overheid ziet ze als een organisatorische, administratieve en juridische ‘paraplu’. Netbeheer Nederland omschrijft energiehubs als lokale samenwerkingen waarin bedrijven het verbruik beter op elkaar afstemmen; een gezamenlijke groepstransportovereenkomst (GTO) maakt het mogelijk om lokaal samen te werken, transportvermogen te delen en kosten te verlagen.
Stedin legt het iets praktischer uit: normaal heeft elk bedrijf een eigen contract, maar met een GTO delen de bedrijven samen een vaste hoeveelheid transportcapaciteit; ze stemmen hun gebruik onderling af.
Planning
Netcongestie verdwijnt niet door te wachten tot de netbeheerder klaar is met het leggen van dikkere kabels. Logistieke bedrijven doen er intussen goed aan om zich af te vragen: met wie deel ik de huidige kabel? Kunnen we iets met elkaar?
Een planning maken gaat niet meer alleen over ritten, voorraden en mensen. Steeds vaker zal het ook over netcapaciteit gaan. Van der Meij: “Voor veel logistieke bedrijven is dat een nieuwe en ongemakkelijke tak van sport. Want ze willen ondernemen, aan ’t werk. Maar energiemanagement is superbelangrijk. Voor een individueel bedrijf is dat meten en pieken verminderen. Collectief is dat inzicht delen en afspraken maken. Want de buurman is geen energieconcurrent, maar juist een deel van de oplossing.”
08 mei 2026 om 10:38 Laatst gewijzigd: 08 mei 2026 om 13:147 minuten Martin Bongers Print artikel
Logimerce.nl is het online platform en heeft als doel het informeren, inspireren en bij elkaar brengen van professionals in e-commerce, logistiek en fulfilment.