DC’s: groot, groter, grootst en steeds afhankelijker van stroom
DC’s: groot, groter, grootst en steeds afhankelijker van stroom
De logistiek stuurt op schaalvoordeel: grotere distributiecentra, centrale voorraad, efficiënte handling. Tegelijkertijd worden ze steeds meer energieafhankelijk. Automatisering en robotisering, moderne luchtbehandeling en laadpunten voor elektrische heftrucks of vrachtwagens vragen om veel, heel veel stopcontacten.
Het risico is namelijk dat een DC meerdere uren stilvalt, als gevolg van een stroomstoring. Het kan ook gebeuren doordat een netbeheerder, op basis van een ‘flexcontract’ met het DC, de capaciteit af en toe terugschroeft - en dat komt altijd ongelegen. Voor een speelgoed-DC is dat allemaal wat minder problematisch dan voor een koelhuis, maar dat zoiets veel geld kost is zeker. Aan duimendraaiend personeel, wachtende vrachtwagens, het niet nakomen van SLA’s of aan bedorven voedsel.
Het raakt ook anderen
Als een DC onderdeel wordt van een lokale energiehub - met zonnepanelen, batterij, laadinfra en een collectief energiemanagementsysteem - ontstaat er een wederzijdse systeemafhankelijkheid. De deelnemers in dat systeem zorgen samen voor een lokaal energie-evenwicht. De consequentie is dat een energieverstoring niet alleen het DC zelf raakt, maar ook andere bedrijven of infrastructuur.
Nine meals from anarchy
Over koelhuizen gesproken: het grootste risico van de huidige energieproblematiek, gekoppeld aan de centralisatiedrang van de logistieke sector, is dat de voedselzekerheid in het gedrang komt.
Al in 2010 wees The Guardian op de kwetsbaarheid van de voedselvoorziening en de maatschappelijke gevolgen daarvan: ons dunne laagje beschaving barst open zodra de schappen in de supermarkt drie dagen achter elkaar leeg blijven. Ook de Evening Standard schetste dat scenario: bij een plotselinge uitval van de energievoorziening zouden vrachtwagens stilvallen en supermarkten leeg raken. Volgens Lord Cameron of Dillington zou na drie dagen de openbare orde al in een totale chaos vervallen. Het zijn Engelse voorbeelden, maar ook in Nederland worden te veel supermarkten door te weinig DC’s beleverd.
Strategische spreiding
Een praktische vraag is dus: is ‘groot’ nog wel zo slim, of past decentralisatie misschien toch meer bij de nieuwe werkelijkheid? Heeft efficiency de veerkracht verdrongen? Is het niet beter om meerdere, kleine DC’s te hebben, strategisch verspreid over gebieden met een verschillend energie-risicoprofiel?
Een rondje langs de media laat zien dat DC-eigenaren vooral naar bereikbaarheid kijken, en niet naar stroomzekerheid. En de enorme afmeting van het DC wordt dan met trots als nieuwswaardig gepresenteerd. Over de voorgenomen uitbreiding van FedEx bijvoorbeeld: “Er is voor uitbreiding in Duiven gekozen omdat er de mogelijkheid was om grond bij te kopen.” En over DSV Moerdijk: “De bouw van het grootste distributiecentrum van Nederland is begonnen.” In de tekst noemt Port of Moerdijk de start “een historische dag”, en zegt het havenbedrijf ‘trots te zijn’ op de plannen van DSV: “Maar liefst 240.000 m² en een omtrek van bijna 4 km.” Een ander medium schrijft dat Moerdijk het grootste warehouse van de Benelux krijgt. “Anderhalf keer de Eiffeltoren.” Maar verder geen woord over afnamecongestie, piekbelasting of stroomzekerheid.
Wat is groot?
Wat ‘groot’ is, is uiteraard afhankelijk van de meetmethode: aantal docks, verwerkingscapaciteit, inpandige vierkante meters, kubieke meters, terreinoppervlak, gelijkvloers of meerlaags etc. Dat maakt een objectieve vergelijking tussen de DC’s onderling, en vooral ‘in de tijd’, moeilijk.
Toch is duidelijk dat er ‘aan de bovenkant van de markt’ extreem fors gebouwd wordt. Sinds 2022 zien we, internationaal, meerdere projecten van rond de 300.000 m². In Europa zijn dat onder meer Inditex Zaragoza met 286.000 m², DSV Horsens met circa 315.000 m² en SHEIN Wrocław met 740.000 m² (meerdere gebouwen).
Ook in Nederland steken we elkaar de loef af. Lidl Moerdijk (200.000 m²), Smartlog Maasvlakte (233.000 m²), DSV Moerdijk (240.000 m²) en Inditex/Zara Lelystad (300.000 m²) zijn er voorbeelden van.
Los daarvan meldt Savills dat de totale Nederlandse logistieke voorraad groeide van ca. 31 miljoen m² in 2016, naar 51 miljoen m² begin 2026. In tien jaar tijd een toename van 64 procent. Savills koppelt dat expliciet aan supplychain-centralisatie.
Trend
Dát de DC’s steeds groter worden is een trend. En niet alleen aan de ‘bovenkant’ van de markt, maar breder.
Een CBRE-rapport van dit jaar stelt dat logistieke bedrijven sinds het einde van het vorige decennium vaker kiezen voor grotere distributiecentra en dat die trend vanaf 2019 versnelde, met een groeiend aantal gebouwen boven 500.000 m³.
Voor de UK is er gedetailleerde documentatie beschikbaar. Savills/UK Warehousing Association schrijft dat het gemiddelde maatwerkwarehouse in de afgelopen tien jaar groeide van ca. 28.000 m² naar 31.000 m². Het aantal warehouses van tegen de 100.000 m² nam in dat decennium met 345% toe.
Wat Nederland betreft is er een wat ouder EMEA-rapport, waarin staat dat de gemiddelde transactiegrootte in tien jaar tijd steeg van 9.000 m² in 2008 naar 13.500 m² in 2018. Ook staat erin dat de gemiddelde omvang van nieuwgebouwde warehouses toenam tot meer dan 20.000 m². De conclusie in dat rapport is letterlijk dat “bigger warehouses are being built.”
Decentraliseren, maar niet ‘blind’
Om de energierisico’s te beperken kan decentralisatie een alternatief zijn. Het biedt veerkracht, kortere afstanden, spreiding van risico en minder piekbelasting per locatie. Maar als dat alternatief weer net zo rigide wordt als de huidige ontwikkeling, schieten we niets op. De keuze tussen centrale en decentrale DC-netwerken is niet of/of, maar en/en. Eigenlijk moet dit telkens opnieuw worden bekeken, zodra vraagpatronen, geopolitieke omstandigheden of energierisico’s veranderen. En dat is een (te) kostbare aangelegenheid.
Horizon, het innovatiemagazine van de Europese Commissie, wijst op een hybride denkrichting. Een logistiek netwerk waarin routes, hubs en modaliteiten ‘open’ zijn en gedeeld worden - zoals dat ook bij datanetwerken gebruikelijk is. Wel vraagt zo’n systeem veel standaardisatie en samenwerking, iets waarin de logistieke sector niet altijd uitblinkt.
Maar dat biedt weer kansen voor neutrale ketenregisseurs, zoals Qonnected, die (via just-in-time matching) capaciteit, voorraad en transport slim kunnen koppelen. Het DC van de toekomst is misschien niet meer het grootste, maar het best ingebedde - logistiek flexibel én energetisch.
28 mei 2026 om 11:09 Laatst gewijzigd: 28 mei 2026 om 12:396 minutenMartin Bongers Print artikel
Logimerce.nl is het online platform en heeft als doel het informeren, inspireren en bij elkaar brengen van professionals in e-commerce, logistiek en fulfillment.