Reclameverbod voor ultra-fastfashion, maar met de Franse slag
Reclameverbod voor ultra-fastfashion, maar met de Franse slag
Frankrijk wil de verkoop van supergoedkope kleding aan banden leggen. Het wetsvoorstel daarvoor rammelt echter aan alle kanten.
Frankrijk heeft op 29 juni een wetsvoorstel aangenomen dat een reclameverbod instelt voor ultra-fastfashion. Het verbod maakt onderdeel uit van een breder pakket, waarmee Frankrijk het milieu probeert te ontzien. Maar in de praktijk zullen vooral Chinese platforms door de wet gehinderd worden. Le Monde schrijft zelfs dat het voorstel van fastfashion naar ultra-fastfashion is ‘versmald’, om zo de Franse en Europese spelers te ontzien.
Pakket
Het Franse voorstel gaat niet alleen over de reclame, al wordt dat wel het breedst uitgemeten in de media. Het totale pakket bestaat uit waarschuwingen voor consumenten, een ‘milieutoeslag’ per verkocht ultra-artikel, het reclameverbod en een apart verbod op influencerpromotie.
Overweging van de overheid
‘Voor de bühne’ is het wetsvoorstel gericht op de milieu-impact van de kledingindustrie. Door de Franse Senaat werd becijferd dat er in Frankrijk 3,3 miljard kledingstukken per jaar worden verkocht, meer dan 48 per inwoner.
In de praktijk kijkt de regering vooral naar concurrentievervalsing. Minister Serge Papin zei dat het niet alleen om goedkope kleding gaat, maar meer in het algemeen om de ‘extreem snelle e-commerce’ die zich niet aan ‘de regels’ houdt. Hij verwees daarbij naar de DGCCRF, de Franse ‘waakhond’, die de producten van Temu, Shein en AliExpress regelmatig kwalificeert als non-conform (regels ontwijkend) of zelfs gevaarlijk.
Voor- en tegenstanders
De regeringsaandacht voor de eigen industrie, de werkgelegenheid en het kwaliteitsstempel ‘fabriqué en France’ kreeg vooral steun van ‘rechts’. Tegenstemmers waren er nauwelijks. Wel veel onthoudingen. Opvallend genoeg kwamen die vooral van ‘links’. Hun bezwaar was dat de wet door lobbywerk te veel was uitgekleed. Het ging te weinig over de overproductie, te weinig over de verantwoordelijkheid voor niet-Chinese marktplaatsen en te weinig over sancties. Socialistisch parlementslid Romain Eskenazi noemde het “une déception totale”.
Boterzachte definitie
Het wetsvoorstel moet nog worden bekrachtigd. Of dat inderdaad gaat gebeuren is nog maar de vraag. Want wat is ultra-fastfashion? De wetstekst geeft daarvoor slechts twee cumulatieve criteria: veel nieuwe productreferenties (SKU’s) én een lage prikkel tot reparatie. De details daarvan moeten eerst nog worden uitgewerkt, alvorens tot een inwerkingtreding kan worden overgegaan.
Compromis
De rekbare definitie van het begrip ultra-fastfashion is een politiek en juridisch compromis. Eigenlijk wil de regering vooral de Chinese platforms aanpakken, maar een Chinees platform mag natuurlijk niet gehinderd worden alléén omdat het Chinees is. Dus zijn er zogenaamd objectieve, meetbare criteria bedacht. Zogenaamd, omdat de meetlat zo is uitgekiend dat Zara, H&M, Kiabi, Decathlon en andere Europese fastfashionketens ook geraakt worden, maar bewust veel minder dan platforms met Chinese wortels.
Sanctioneren
Zoals gezegd noemt het wetsvoorstel twee criteria, om te bepalen of een aanbieder ultra-fastfashion verkoopt en dus beboet kan worden. Beide criteria zijn cumulatief. Het is geen of/of, maar en/en.
Het eerste criterium is ‘veel nieuwe productreferenties’ (SKU’s). Bijna alle fashionketens verkopen goedkope kleding - ook de Europese - maar vooral Chinese platforms tonen enorme aantallen modellen, kleuren, varianten en maten, die ook nog eens supersnel worden ‘ververst’. Een product dat op dit moment zichtbaar is, kan over een uur alweer vervangen zijn.
Voor de Franse wetgever is dat theoretisch meetbaar: hoeveel verschillende SKU’s verschijnen er per dag, week of maand? En dat zal dan niet per afzonderlijke merchant geteld worden. Bij een marktplaats of platform wordt gekeken naar het totaal van alle nieuwe SKU’s, om te voorkomen dat een marktplaats zich achter duizenden onvindbare merchants kan verschuilen. De marktplaats is dus eindverantwoordelijk.
Met het tweede criterium, de ‘lage prikkel tot reparatie’, bedoelt Frankrijk vooral: een kledingstuk is zo goedkoop, dat repareren economisch onlogisch wordt. Er wordt dan gekeken naar de verhouding tussen de gemiddelde reparatiekosten en de nieuwprijs. Ook dit is in theorie meetbaar en dus sanctioneerbaar.
Boete
Voor bedrijven die volgens de genoemde criteria ultra-fastfashion verkopen, heeft het wetsvoorstel een flinke ‘boete’ in gedachten. Juridisch is het echter geen boete, maar een milieutoeslag die jaarlijks en achteraf geïnd wordt door de Franse variant van onze Stichting UPV Textiel. Concreet kan het dan gaan om een toeslag tussen de €0,25 en €12 per artikel. Volgens Le Monde kan dat in 2030 oplopen tot €20 per artikel.
En dat tikt aan. Parlementslid Romain Eskenazi: “Temu bestond drie jaar geleden nog niet. Maar inmiddels zijn er evenveel Fransen die Temu bezoeken als er Fransen zijn die het openbaar vervoer nemen. Elke dag! Het is monsterlijk. We zijn totaal overspoeld.”
Beren op de weg
Er zal nog heel wat water door de Seine stromen, voordat het Franse wetsvoorstel effectief is. Zoals gezegd moet eerst de rek gehaald worden uit de twee criteria voor ‘ultra-fastfashion’. Ook moet nog bedacht worden hoe e.e.a. in de praktijk geteld kan worden. Vervolgens moet de wet nog bekrachtigd worden.
Dat laatste zal niet meevallen. De wet moet namelijk ook nog eens in lijn zijn met een flink aantal EU-harmonisatieregels (zoals de DSA). Het wetsvoorstel lijkt daar echter nu al mee te botsen. De Europese Commissie had tijdens de wetsvoorbereiding al gewaarschuwd dat het ontwerp “in its current form” onverenigbaar is met Unierecht.
Zijn de platforms eigenlijk wel Chinees?
Maar zelfs als met alles en iedereen ‘gedeald’ is en de wet wordt bekrachtigd, dan zal de handhaving uiteindelijk nog de grootste uitdaging zijn. Afgezien van de vraag hoe verankerd wordt dat een platform een controleerbare opgave doet van het aantal nieuwe SKU’s, is het ook nog maar afwachten of een niet-EU platform inderdaad niet-EU is.
Shein heeft, wat de DSA en de Europese Commissie betreft, namelijk een hoofdvestiging in Ierland. Ook Temu/Whaleco is Iers. AliExpress is bij de Commissie bekend met een Nederlandse entiteit. Veel van die platforms hebben dus Europese vestigingen of DSA-aanspreekpunten en Frankrijk kan ze dus ‘a priori’ niet behandelen alsof ze buiten de EU zitten.
03 juli 2026 om 11:59 Laatst gewijzigd: 03 juli 2026 om 12:185 minutenMartin Bongers Print artikel
Logimerce.nl is het online platform en heeft als doel het informeren, inspireren en bij elkaar brengen van professionals in e-commerce, logistiek en fulfillment.