In Duitsland ruziën supermarkten en hun huismerkleveranciers al enige tijd over de juiste interpretatie van de PPWR, en daarmee ook over de verdeling van de EPR-verplichtingen.
Dat is niet zonder reden. Want bij huismerken kan de supermarkt volgens de EU zowel fabrikant als producent van de verpakking zijn. Als fabrikant is zij verantwoordelijk voor onder meer de technische documentatie en de conformiteitsverklaring. Als producent draagt zij daarnaast de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder de registratie, rapportage en financiering van de verwerking van het verpakkingsafval. Logimerce.nl schreef erover, op 23 juni.
In Nederland speelt sinds kort een vergelijkbaar dispuut, eveneens tussen retailers en hun huismerkleveranciers. En ook hier gaat het om die verantwoordelijkheid voor de huismerkverpakkingen.
Irritatie
Uit een artikel op de site van de FNLI, de branchekoepel van de levensmiddelenindustrie, valt op te maken dat een aantal retailers hun leveranciers per brief gevraagd zou hebben om de verantwoordelijkheid voor een of meer PPWR-verplichtingen over te nemen. De FNLI voegde daaraan toe dat dit in sommige gevallen gebeurde onder ‘stevige commerciële druk’.
Het FNLI-artikel van 23 juli laat de irritatie daarover in de eerste zin al meteen zien: “Private label is geen vrijbrief voor retailers om wettelijke PPWR-verplichtingen bij leveranciers neer te leggen.”
Vervolgens gaat het artikel uitgebreid in op de rolverdeling tussen de ketenpartijen. “Over die rolverdeling tussen producenten en retailers is de PPWR duidelijk: wie zijn merk op de verpakking zet, draagt ook de wettelijke verantwoordelijkheid die daarbij hoort.”
Het artikel werd vergezeld door een LinkedIn-post. Daarin bijt de FNLI nog iets harder van zich af: “Die wettelijke verantwoordelijkheid kan niet via contracten of commerciële druk bij leveranciers worden neergelegd. Private label betekent dus niet: eigen merk, andermans verplichting.”
Namen genoemd
Waar de FNLI het nog had over ‘sommige retailers’, noemde de Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij (NVB) in een LinkedIn-post concrete namen: “Bijzondere aanpak van diverse retailers zoals Lidl Nederland, ALDI Nederland en Sligro Food Group inzake de #PPWR”, liet NVB-directeur Wim Kannegieter optekenen.
Twee voorbeelden
Om te begrijpen wat er speelt, twee voorbeelden. Eerst even een normale situatie. Er is dan een fabrikant, die een compleet eindproduct levert aan een retailer. Een theoretisch scenario: bakkerij ‘De Molen’ uit Bunschoten, die brood onder het merk ‘De Molen’ levert aan Sligro of PLUS. De bakkerij is volgens de PPWR dan de ‘fabrikant’ en de retailer is de ‘distributeur’.
Bij private label wordt dat anders. Stel dat Sligro het verpakte eindproduct laat ‘vervaardigen’ onder het Sligro-label, dan geldt Sligro ‘in beginsel’ als fabrikant, zegt de PPWR. Wie het brood feitelijk bakt, is daarbij niet beslissend - het gaat om het merklabel dat op de verpakking staat. “Bij eigenmerkproducten ligt de rol van fabrikant bij de retailer”, schrijft de FNLI dan ook.
Nuance 1: uitbesteden mag
Bij private label bepaalt de PPWR dus dat degene die een verpakt product onder zijn eigen naam of merk laat ontwerpen of vervaardigen in beginsel de fabrikant is. Dat kan dus best een retailformule zijn. De Europese Commissie verduidelijkt bovendien dat er binnen de PPWR-keten steeds maar één fabrikant kan zijn.
Maar die fabrikant hoeft niet alles wat de PPWR bepaalt, per se zelf te doen. Artikel 15 zegt expliciet dat een conformiteitsbeoordeling namens de fabrikant mag worden uitgevoerd. Ergens is dat logisch, want de Europese Commissie schrijft ook dat de fabrikant zijn EU-conformiteitsverklaring baseert op informatie en documentatie die hij van andere partijen krijgt. (Deels) uitbesteden of niet: de fabrikant blijft natuurlijk wel wettelijk verantwoordelijk voor de conformiteit.
Lidl, Aldi en Sligro zouden hun leveranciers volgens deze interpretatie dus wel degelijk om verpakkingsdata, specificaties, testresultaten en ander technisch bewijs mogen vragen. In sommige gevallen móéten vragen zelfs, als de data zich bij die leveranciers bevindt. Bovendien mogen ze hun leveranciers werkzaamheden voor de conformiteitsbeoordeling laten uitvoeren.
Wat ze niet kunnen doen, is daardoor ophouden ‘fabrikant’ te zijn volgens de definities van de PPWR en hun eigen wettelijke verantwoordelijkheid bij de leverancier leggen.
Voorbeeld: Albert Heijn
Tijdens de vakbeurs Empack vertelde Petra van der Molen, leidinggevende van het team van verpakkingsdataspecialisten bij Albert Heijn, hoe het concern met de PPWR en de huismerkverpakkingen omgaat. De keten heeft zes fulltime verpakkings- c.q. dataspecialisten en laat alle leveranciers van eigenmerkproducten gestructureerd verpakkingsgegevens aanleveren. Dat systeem bestaat al sinds 2021.
Dat AH zijn private-labelleveranciers om grote hoeveelheden verpakkingsinformatie vraagt, is zeker niet hetzelfde als een wettelijke verantwoordelijkheid afwentelen. Integendeel: zoals eerder gesteld gaat zelfs de Europese Commissie ervan uit dat een fabrikant voor zijn compliance afhankelijk is van gegevens uit de keten.
Nuance 2: welke definitie?
Het is belangrijk om ons te realiseren dat de PPWR juridische definities van ketenrollen hanteert, terwijl in het gewone economisch verkeer commerciële definities worden gebruikt. Daardoor kunnen begrippen als fabrikant, producent, leverancier, retailer, distributeur of groothandel onterecht naast of zelfs door elkaar gebruikt worden.
De FNLI schrijft bijvoorbeeld vrij stellig: bij private label is de retailer de ‘fabrikant’ en de levensmiddelenproducent de ‘leverancier’. Dat lijkt logisch, maar leverancier is in de PPWR óók een afzonderlijk gedefinieerde juridische rol en het is niet ondubbelzinnig hoe de FNLI het woord ‘leverancier’ gebruikt. Artikel 3 definieert namelijk een supplier als degene die verpakking of verpakkingsmateriaal aan de fabrikant levert. Dus niet het brood, maar de verpakking.
Een bakker die voor Sligro een huismerkbrood bakt en het als een compleet verpakt eindproduct levert, is dus niet automatisch ook de juridische supplier, alleen omdat hij de ‘commerciële leverancier’ van ‘fabrikant’ Sligro is. Voor die supplier-rol moet worden gekeken naar wie formeel de verpakking of het verpakkingsmateriaal aan de fabrikant levert. Die bakker kon het brood namelijk ook ergens anders, bij een derde partij, laten verpakken. En om het nog ingewikkelder te maken: ook Sligro kon dat bij een derde partij laten doen.
Brieven
Retailers mogen het PPWR-huiswerk voor hun huismerken voor een deel dus bij leveranciers ophalen of laten uitvoeren. Maar daarmee kunnen ze de wettelijke fabrikantrol niet van zich afschuiven. Of Lidl, Aldi, Sligro en andere retailers die grens werkelijk hebben overschreden, zou uit de door hen verzonden brieven moeten blijken.
Daarom is het jammer dat de brieven zelf (nog) niet zijn gepubliceerd. De cruciale vraag is namelijk: wat precies vraagt de retailer? Moet de leverancier alleen gegevens aanleveren of praktisch compliancewerk uitvoeren? Of, en dat is iets totaal anders, moet de leverancier verklaren dat híj de fabrikant is en in het verlengde daarvan verantwoordelijkheden of verplichtingen overneemt die artikel 15 aan de fabrikant toewijst?
Daarnaast zou uit de brieven moeten blijken wat de FNLI met ‘stevige commerciële druk’ bedoelt en of dat mogelijk voer voor de ACM is.
Profilerings-gedoe?
Kortom, door de stapeling van rollen, definities en onduidelijkheid over de inhoud van de brieven is het onzeker hoe dit verder gaat. Als het al verder gaat. Voor zover op 11 augustus uit openbare bronnen valt op te maken, zijn er geen inhoudelijke publieke reacties van de genoemde retailers of het CBL, zijn er geen berichten dat brieven zijn ingetrokken en is er niets bekend over een eventueel ACM-onderzoek.
Wel een korte reactie van de FNLI, bij monde van Pascal Hopman: “Retailers zullen wij op individuele basis aanschrijven”. Los daarvan publiceerde de Commissie op 3 augustus een nieuwe PPWR-FAQ en de RVO wees er op 4 augustus nog maar eens op dat bedrijven hun rol moeten kennen en over een geldige conformiteitsverklaring moeten beschikken.
Misschien blijft het bij wat geblaf in het donker. Om Michael Nieuwesteeg van het NVC Packaging Centre te citeren: hij typeert het conflict tussen FNLI en de retailers relativerend als wat “profilerings-gedoe”.
11 augustus 2026 om 13:25 Laatst gewijzigd: 11 augustus 2026 om 14:167 minutenMartin Bongers Print artikel
Logimerce.nl is het online platform en heeft als doel het informeren, inspireren en bij elkaar brengen van professionals in e-commerce, logistiek en fulfillment.