EU-commissaris wil knellende verpakkingsregel vóór Black Friday versoepeld hebben
EU-commissaris wil knellende verpakkingsregel vóór Black Friday versoepeld hebben
Een webshop die ook in een ander EU-land verkoopt, moet daar in principe een ‘verpakkingsvertegenwoordiger’ aanstellen. Onwerkbaar, voor kleine shops. De EU werkt aan een versoepeling. Milieucommissaris Jessika Roswall wil dat het nog vóór Black Friday geregeld is.
Z.s.m.
De nieuwe Europese verpakkingsregels zijn pas twee maanden van kracht, maar één onderdeel moet wat de Europese Commissie betreft zo snel mogelijk worden versoepeld. EU-milieucommissaris Jessika Roswall riep de lidstaten op 12 oktober op, om hier haast mee te maken. "We need to have a simplification before the Black Friday shopping starts and the Christmas shopping", zei ze voorafgaand aan de vergadering van de Europese milieuministers.
Verpakkingsafval
Roswall doelt op een opmerkelijk, onbedoeld effect van de nieuwe Packaging and Packaging Waste Regulation, de PPWR. Een webshop die vanuit Nederland rechtstreeks verpakte producten aan consumenten in een ander EU-land verkoopt, kan in dat land volgens de nieuwe verpakkingsregels worden aangemerkt als ‘producent’. Ook als die webshop helemaal niets produceert.
Dat zit zo: een fabrikant, een importeur óf een distributeur (een webshop dus) kunnen allemaal ‘producent’ zijn zodra zij verpakte producten voor het eerst rechtstreeks aan eindgebruikers in een andere lidstaat aanbieden. Het is een rigide definitie, om achteraf geen discussie te krijgen over de vraag wie in zo’n lidstaat op moet draaien voor de verwerking van het eventuele verpakkingsafval.
EPR
De verwerking van dat afval wordt gereguleerd via de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’, de EPR. Daarin is verwoord dat een verkoper moet bijdragen aan de kosten voor het inzamelen en verwerken van de verpakking. Op zichzelf is dat niet nieuw of bijzonder. De EPR bestond al vóór de PPWR. De uitvoering verschilt per land; in Nederland speelt Verpact daarin een centrale rol.
Vertegenwoordiger
De PPWR heeft er alleen een extra verplichting aan gekoppeld. Sinds 12 augustus moet zo'n producent in iedere lidstaat waar hij zelf niet gevestigd is, een gemachtigd vertegenwoordiger voor de EPR aanwijzen. Die vertegenwoordiger is in principe een lokaal gevestigde partij die namens de webshop verplichtingen rond de producentenverantwoordelijkheid voor zijn of haar rekening neemt. Het gaat dan vooral om registratie en rapportage.
Hoe dan ook is het gedoe. Een grote internationale retailer kan dat misschien goed regelen, maar een kleine webshop die af en toe - en misschien totaal onverwacht - uit vijf verschillende landen een bestellinkje ontvangt, kan dat vervelend worden. Want dan zijn er in theorie vijf verschillende lokale vertegenwoordigers nodig.
Kostbare aangelegenheid
Een kleine Franse webwinkel die slechts enkele pakketten per jaar over de grens stuurt, vertelde bijvoorbeeld aan Packaging Insights bedragen van 199 tot 599 euro per land te betalen. Dat is nauwelijks terug te verdienen.
Ook Thuiswinkel.org waarschuwt voor dat effect. Directeur Marlene ten Ham wijst erop dat een kleine onderneming die beperkte volumes naar verschillende lidstaten verkoopt met meerdere vertegenwoordigers, contracten en kosten te maken kan krijgen. Het risico is volgens haar dat kleinere webwinkels dan simpelweg stoppen met verkopen over de grens.
Brussel zag het al aankomen
Opmerkelijk genoeg zag de Europese Commissie het probleem al aankomen voordat de PPWR daadwerkelijk van toepassing werd.
De Commissie stelde al op 10 december 2025 voor om de verplichte vertegenwoordiging tot 1 januari 2035 op te schorten. Althans, voor binnen de EU gevestigde bedrijven. De Commissie zag op tijd in dat de verschillen tussen nationale EPR-systemen en de noodzaak om in verschillende landen vertegenwoordigers aan te wijzen, juist een belemmering vormen voor de interne markt. Het voorstel ligt sinds december bij het Europees Parlement en de lidstaten.
Maar Europa handelt niet snel genoeg. Op 12 augustus 2026 werd de PPWR van toepassing en daarmee dus ook de vertegenwoordigersplicht. De Commissie probeert de onbedoelde gevolgen voor kleine shops intussen praktisch op te lossen. Zij vraagt nationale autoriteiten de regel voorlopig ‘constructief en pragmatisch’ te handhaven en bedrijven niet te sanctioneren zolang over de wijziging wordt onderhandeld. De Commissie schrijft dat inmiddels ook expliciet in haar informatie voor kleine bedrijven.
Kleine bedrijven
De milieucommissie van het Europees Parlement stemde op 5 oktober vóór de versoepeling. Het Parlement koos daarbij voor een beperktere uitzondering dan de Commissie oorspronkelijk voorstelde: de verlichting zou zich moeten richten op in de EU gevestigde micro- en kleine ondernemingen. De plenaire behandeling staat voorlopig voor 19 oktober gepland.
Ook de lidstaten buigen zich over het dossier. Oostenrijk bracht, gesteund door Tsjechië en Estland, de kwestie op 12 oktober in bij de Europese milieuministers en vraagt om een proportioneel EPR-regime voor kleine producenten. Duitsland had al eerder een andere oplossing aangedragen: een vrijstelling van de vertegenwoordigersplicht bij minder dan 10 ton verpakking.
Hoe de uiteindelijke versoepeling eruit gaat zien, is dus onzeker. Bedrijfsomvang kan het criterium worden, maar ook de hoeveelheid verpakking die een onderneming in een land op de markt brengt.
Verantwoordelijkheid blijft
Intussen blijft het goed opletten over wat Brussel níet wil schrappen. Een kleine webshop die straks (misschien) geen vertegenwoordiger meer hoeft aan te stellen, is daarmee nog niet automatisch verlost van zijn producenten-verantwoordelijkheid, van de EPR.
Registratie, het rapporteren van verpakkingsvolumes en het betalen van de verschuldigde EPR-bijdragen kunnen gewoon verplicht blijven. EXPRA, de koepelorganisatie van EPR-uitvoerders, waarschuwt er in dat verband juist voor dat duizenden kleine hoeveelheden verpakking bij elkaar een aanzienlijke afvalstroom kunnen vormen. De vervuiler moet daarvoor blijven betalen.
Dat verklaart ook waarom sommige stakeholders terughoudend zijn met een te brede vrijstelling. Want zoals hierboven al aangestipt is: een nationale registratie maakt het voor de EPR-autoriteiten eenvoudiger om buitenlandse verkopers te identificeren en aan hun verplichtingen te houden. Zeker bij verkopers van buiten de EU kan dat een probleem zijn - denk ook aan de handelaren op Temu en AliExpress.
Interne markt
De PPWR moest Europese verpakkingsregels harmoniseren, zodat bedrijven niet in ieder land met een ander stelsel worden geconfronteerd. Maar voor kleine webshops zorgt de vertegenwoordigersplicht precies voor het tegenovergestelde.
Brussel probeert dat voor hen alsnog te repareren. De producenten-verantwoordelijkheid blijft gewoon bestaan: wie verpakkingen op de markt brengt, blijft verantwoordelijk voor de kosten die daarmee samenhangen.
De discussie spitst zich nu vooral toe op de vraag of daarvoor in elk land een aparte, lokale vertegenwoordiger nodig is. Dat zo’n verplichting voor kleine handelaren buitenproportioneel kan uitpakken, wordt inmiddels breed onderkend. Maar wat een kleine handelaar precies is, en welke criteria er verder moeten gelden om hem te ontzien, daarover is Europa het nog niet eens.
13 oktober 2026 om 10:33 Laatst gewijzigd: 13 oktober 2026 om 11:116 minutenMartin Bongers Print artikel
Martin Bongers is redacteur bij Logimerce. Ook schrijft hij voor vakbladen op het gebied van energie, installatietechniek, food en gezondheid. In een verder verleden was Bongers de eerste columnist voor het e-commercemagazine Twinkle. Tussendoor was hij directeur van een fulfilmentbedrijf, dat foodwebshops ontzorgde.
Logimerce.nl is het online platform en heeft als doel het informeren, inspireren en bij elkaar brengen van professionals in e-commerce, logistiek en fulfillment.